Argumenten geven om mensen te overtuigen. Je staat er misschien niet altijd bij stil, maar het is iets wat we de hele dag doen. Of je nou in het lab staat en je partner probeert te overtuigen dat het experiment op deze manier verder moet, of als je in het dagelijks leven overlegt wat je ‘s avonds zou gaan doen. Dit gaat al richting een debat, waarbij je doel is om een bepaalde stelling te verdedigen of te ontkrachten.

Bij een debat proberen de teams om een jury of publiek te overtuigen. Bij een bepaald onderwerp bedenken we een stelling, ook wel motie genoemd. Een voorbeeldmotie is: “Economische groei is belangrijker dan het beschermen van het milieu”. De propositie(s) en oppositie(s) proberen tijdens een debat allebei de jury te overtuigen. Waarom zou de jury jouw kant moeten kiezen?

Om te overtuigen zijn er verschillende middelen, al bedacht door filosoof Aristoteles: ‘ethos’, ‘pathos’ en ‘logos’. Bij ethos gaat het vooral om de geloofwaardigheid van de spreker. Pathos gaat vooral om overtuigen doordat de spreker emoties oproept. Als een spreker vooral inzet op logos, dan gaat het over argumentatie. Bij Kalliope focussen we vooral op logos, maar er komen ook af en toe workshops langs waarbij de andere middelen aan bod komen.

Er zijn daarnaast verschillende debatteer formats die bij Kalliope langskomen. Meestal doen we British Parliament (BP) of American Parliament (AP). Het aantal speeches, de precieze vorm en het aantal teams verschilt per format. Zo zijn er bij een BP-debat zowel twee propositieteams als twee oppositieteams. De dynamiek van een debat kan dan heel anders zijn. Het tweede team kan dan veel dieper gaan met het uitwerken van argumenten.