apr 302017
 

Het is twaalf voor acht. Ik wordt uitgerust wakker van het geluid van fluitende vogels dat uit mijn telefoon komt. Een geurige zwarte espresso staat al op me te wachten.

“Goedemorgen,” zegt mijn assistent. “Zal ik een eitje voor je bakken?”

“Oké Google” antwoordt ik. Precies waar ik zin in heb. Ik pak mijn tablet en lees door de berichten die voor me zijn klaargezet. De laatste voetbaluitslagen van mijn favoriete team, foto’s van een vriend die op vakantie is, het laatse nieuws uit de buurt. Terwijl ik mijn ontbijt eet lees ik alles aandachtig door, want er staan alleen maar nieuwtjes die ik interesant vindt. Ik heb net het laatse bericht uit als mijn telefoon opmerkt, “Er staat tien minuten file. Als je nu douchet ben je precies op tijd op je werk. Zal ik vast een uber voor je bestellen?”

“Oké Google.”

Op mijn werk aangekomen open ik mijn mail. Ik zie dat de meeste routineberichten al zijn beantwoordt, en er een paar afspraken zijn ingepland. Een mail van de baas is gehighlight. Of ik een leverancier wil bellen, we hebben een nieuw instrument nodig. Ik lees de mail door.

“Zal ik hem voor je opbellen?” vraagt mijn assistent. “Ik heb de belangrijkste punten voor je op een rijtje gezet.”

“Oké Google.”

Terwijl de telefoon overgaat verschijnen er een aantal vragen op mijn scherm. De telefoon aan de andere kant gaat over. Ik lees voor wat er voor me verschijnt. De antwoorden worden automatisch voor me genoteerd.

Ik stap in mijn taxi. “Waar gaan we naartoe?” vraagt de chauffeeur. Mijn telefoon doet een voorstel: “Een paar vrienden van je hebben plek in hun agenda vanavond. Heb je zin om samen met hun te gaan eten?” “Oke.” Er wordt een event aangemaakt, en een uitnodiging verstuurd. Even later zitten we met zijn vieren thuis bij een oude studiegenoot van me. We besluiten het thaise eten te bestellen dat bovenaan de lijst met suggesties staat. Ik zet de TV aan. Op basis van onze voorkeuren selecteert Netflix een film die we allemaal nog niet hebben gezien.

Mijn vrienden moeten morgen weer vroeg aan het werk, dus tegen tien uur ga ik ervandoor. “Je hebt morgenochtend vrij” zegt mijn assistent. “Volgens je slaapritme ben je nog niet echt moe. Heb je zin om nog even de stad in te gaan?” Ik stem in. “Ik zal een date voor je regelen. Een moment…” Er verschijnt een foto in beeld. “Dit is Maria. Ze is single en hier in de buurt, en ze heeft ook niks te doen. Willen jullie samen wat gaan drinken bij het café hier om de hoek?”

We zitten samen aan de bar, ik bestel een biertje en Maria neemt een witte wijn. Ik weet niet echt waar ik het over moet hebben, er valt een ongemakkelijke stilte. Dan schiet mijn digitale assistent te hulp. “Vraag haar eens of ze van moderne kunst houd?” Ik vraag het, en ze blijkt er veel van af te weten. Zelf heb ik geen enkel verstand van abstracte schilders, maar in mijn oor krijg ik een gestage stroom vragen ingefluisterd. Maria is onder de indruk.

De volgende ochtend zit ik aan mijn ontbijt. Maria is net de deur uit. “Ik kan nog een date voor jullie plannen” zegt mijn assistent. “Maar op basis van jullie interacties denk ik dat jullie toch niet echt bij elkaar passen.” Ik overweeg tegen haar in te gaan, maar meestal is dat geen succes. “Oké Google, laat maar zitten dan. Volgende keer beter.”

Dit artikel is geschreven door Josse Muller