Had Stalin dan toch gelijk? Van de hand van mijn mederedacteur Yonna Hali verscheen een uitstekend stuk over de merites van moderne kunst. Zij liet ons, o nobele lezer, zien dat het werk van Rothko of Mondriaan geen vervlakking van de kunst inhield en dat we die uitspattingen juist kunnen vieren. Bij die moderne kunst zit echter één probleem waarmee het stuk doordrenkt was: je moet kunstgeschiedenis hebben gestudeerd om het te kunnen begrijpen of om ervan te kunnen genieten. Zonder degelijke voorkennis is al het werk ontoegankelijk, zoals ook bleek uit de anekdote van Hali sr. die ondanks zijn vriendschap met een kunstdocent nog steeds geen onderscheid ziet tussen de catalogus van het Stedelijk Museum Amsterdam en die van de firma Blok-Kwast Behangers uit Rolde. Zelfs u, briljante geest, moet nog onderwezen worden met nu al twee Spraakwaterartikelen over dit onderwerp. Zo ontwikkel je toch enige sympathie voor het socialistisch realisme dat door Stalin zo hard werd afgedwongen: kunst had een doel en een boodschap, die na eerste lezing al begrepen kon worden en bewonderd. Je zou verwachten dat een open markt tot hetzelfde punt zou komen, maar helaas blijkt de elitaire mode hardnekkig duurzaam.

Er is ruimte voor democratische kunst, die breed gedragen zou worden. Net als in bijna alle andere landen is er in Nederland veel waardering voor een nationale prestatie. Het journaal wordt geopend met hoe Epke aan zijn rekstok draait of Armin en zijn plaatjes. Op feestjes wordt door een gastheer trots verkondigd dat die prachtige nieuwe klok écht Dutch Design is. Maar zodra de beeldende kunst aan bod komt haakt men af. De moderne kunst heeft meer dan wat dan ook de samenleving verdeeld. Er zijn insiders die de klodders van Pollock kunnen waarderen en hardwerkende Nederlanders die het maar rommel vinden. Geen elite is zo ontoegankelijk en onbuigzaam als de huidige culturele elite. Vergis u niet. Er is nooit een einde gekomen aan een van bovenaf opgelegde oordeel over wat kunst is en wat niet.

[de kunstsubsidies werden] uitbesteed aan kunstraden en -fondsen waar kunstbroeders met grote culturele competenties over elkaars subsidies besloten. Begrijpelijkerwijs bleken deze ingewijden een voorkeur te bezitten voor het complexe, het onconventionele, het avantgardistische, het verrassende, het nog niet eerdere vertoonde. (…) Voor criteria als vakmanschap, traditie, pluriformiteit en participatie had men minder oog.
– Hans Blokland,
Civis Mundi nr. 9, 2.1

Ondanks de oekazes van de nieuwe kunstsovjets,home stel ik dat er ruimte is voor democratische kunst. Rembrandt en Van Gogh zijn in bijna elk Nederlands huishouden terug te vinden op mokken, op pannenlappen, als nachtlampje, of als replica aan de muur. Blijkbaar hebben mensen een beetje artistieke consumptiebehoefte. Nu wordt deze vervuld door een prachtig whitewash plankje met opdruk ‘Home is where the heart is’. Uw vermoedelijke reactie: “Vreselijk, zo fout”, maar ik zeg: waar dat plankje staat, daar kan kunst. Maar de kunstwereld heeft zich hier niet op aangepast, ondanks alle brede en verbindende pretenties. Dit zou het doel moeten worden van alle kunstkoepels.

Al twee jaar ben ik op zoek naar een schilderij. Ik heb niets met kale muren en heb inmiddels een kleine verzameling met leuke prenten en kaarten. Een doek van Noord-Nederlandse bodem zou een fraai souvenir zijn voor mijn aflopende studententijd. Misschien een mooie polder, of een stadsgezicht. Ik ben niet veeleisend: ik wil ervan onder de indruk zijn en er een tweede keer naar willen kijken. U merkt, ik heb weinig vormeisen en sta open voor niet-realistisch kunst. Het is me echter nog niet gelukt om iets te vinden. Ik ontdekte de hel die kunst kopen heet.


Je staat voor een kunsthandel. Is het galerij, heet het galerie? Ik weet het nog steeds niet. Je gluurt eens door de pui, maar wordt al weggekeken door de enkele klant en een zwartgeklede, bebrilde verkoopster. Na een paar weken heb je eindelijk de moed verzameld en stap je eens een kunsthandel binnen. Tegen alle verwachtingen in volgt er niet het gevreesde: “Wat moet jij hier? Scheer je weg!” Niets van dat, ze kijken door je heen alsof je lucht bent. Dan kijk je ‘ns rond en zie je van alles, behalve de prijzen van het tentoongestelde werk. Het heeft mij nog eens een paar weken gekocht, voordat ik durfde te informeren naar de prijs van een interessant doek met een terpentine/acryl-combinatie. Ik wist niet dat dit luchtmens er plots uit kon zien alsof hij €8.000,- te besteden had en een half uur lang de kwaliteit van het werk kon bespreken. Je schrikt zo erg dat je niet meer naar mooie schilderijen durft te kijken – bang dat je je hecht aan een meesterwerk dat zo absurd geprijsd blijkt. Ik blijf teleurgesteld en met lege handen achter.


Wat drijft de handelaren er toch toe om de prijs niet te vermelden en je niet als volwaardige potentiële klant te benaderen? Het is uniek, ik ken geen enkel ander product waar dit het het geval is. Het weerhoudt mij van een bezichtiging. Ook rond Groningen zijn er leuke exposities en handelaren vinden, maar ik rij er niet naartoe. Ik weet namelijk van te voren niet of er iets te vinden is dat ik met beperkte middelen kan overwegen en wil de gok dan maar niet wagen.

De enige conclusie kan zijn dat de kunstsector mensen met beperkte middelen buiten de deur wil houden. Kunst moet voorbehouden blijven aan de insiders. Aan die beperkte groep die wel toegang heeft tot de onbegrijpelijke kunst. Kunst blijft een verschrikkelijk gesloten hobby en ik leg de schuld bij de onwelwillige expositiehouders. Ik zou ze met plezier aan kameraad Beria voor willen stellen. Zelfs met goede wil, een juiste inborst en een basale vorming blijft het onmogelijk de kunstenaars te ondersteunen door hun werk aan te schaffen. We krijgen geen nieuwe Rembrandts, zoals we nu Epkes en Armins kennen. Ter afsluiting daarom dit nog altijd geldende opinieartikel:

Kunst is, zoals het zich momenteel opstelt, eerder het mongoloïde broertje van cultuur
– Wim Amels, de Volkskrant 31-8-2013

Dit Spraakwaterartikel is geschreven door Matthijs Bonvanie