apr 122017
 

economy-imageDe economie moet altijd groeien. Het is een beetje verbazingwekkend hoe vanzelfsprekend dat idee is. We krijgen het idee voorgeschoteld dat de economie iets enorm fragiels is, en altijd met fluwelen handschoenen behandeld moet worden. Want anders is het vertrouwen van de consumenten weg, stoppen de investeringen, start een recessie en zijn de gevolgen niet meer te overzien. Meedoen met de wereldeconomie is lastig, krijgen we te horen. Arbeidsvoorwaarden en ontslagrecht moeten versoeped om te blijven concurreren. Belastingen moeten laag zijn om de multinationals te lokken. Het milieu beschermen kan, maar alleen zoalang de economische groei en het vestigingsklimaat voor investeerders niet in gevaar komen.

Natuurlijk heeft een altijd voortdurende economische groei enorme voordelen. Het wegautomatiseren van banen is geen probleem als er maar hard genoeg nieuwe banen bijkomen. Groeiende inkomensongelijkheid doet geen pijn zolang iedereen zijn koopkracht vooruit ziet gaan. Maar kan die groei altijd in stand worden gehouden zonder dat onze maatschappij er fundamenteel van verandert? Of hebben we onze ziel verkocht, en zien we nu hoe onze verzorgingsstaat jaar na jaar wordt uitgehold in ruil voor een steeds maar grotere Iphone?

De focus op economie en koopkracht zorgt ervoor dat andere dingen over het hoofd worden gezien. De grootte van de economie meet bijvoorbeeld hoeveel mensen verdienen met hun werk, maar niet hoe tevreden ze ermee zijn. Zo zou bijvoorbeeld iemand die full-time wc’s schoonmaakt en een hekel heeft aan zijn baan even veel bijdragen aan de economie als iemand die rondkomt van – ik zeg maar wat – het schrijven van gedichten, wat zijn grootste droom is. En als die dichter daarnaast tijd heeft om met zijn kinderen te spelen, zijn oude moedertje gezelschap te bieden of vrijwilligerswerk voor vluchtelingen te doen wordt dat allemaal niet meegenomen in de grootte van de economie.

Ook meet de economische groei bijvoorbeeld niet de waarde van vrijheid en vrede. En de kwaliteit van onderwijs en gezondheidszorg zijn ook niet direct te meten in financiële termen. Het zou best kunnen dat in de VS meer wordt uitgegeven aan zorg, terwijl men er minder voor terugkrijgt. Op papier zorgt dat dat onze economie kleiner is.

Het is natuurlijk niet zo dat we als de Sovjet-Unie of zelfs Venezuela willen eindigen, met een volledig in elkaar gestortte economie. Maar daar heeft de regering ook wel héél veel fout gedaan. In hoeverre is het waar dat een land dat in economische zin niet aan de absolute wereldtop zit direct in elkaar stort, en onvermijdelijk in een recessie terecht komt?

Is onze economie sinds de tweede wereldoorlog echt alleen zo hard gegroeid door het neoliberale economische beleid en de steeds grotere focus op economische groei boven alles? Misschien, maar het kan ook goed dat een groot deel van de groei onvermijdelijk was. Na de oorlog had Europa een economische achterstand op de VS, die in de laatste decennia grotendeels is verdwenen. Veel ontwikkelingslanden die een enigszins functionerende markt hebben zijn ook allemaal druk bezig hun achterstand in te halen. Voeren zij nou zulk briljant economisch beleid, of is economische groei iets wat grotendeels vanzelf gaat?

Want voor een heel groot deel is economische groei een kwestie van technologische vooruitgang. En nieuwe ontwikkelingen worden uiteindelijk voor iedereen beschikbaar. De VS en de EU mogen dan veel geld in onderzoek en innovatie steken, China en veel andere landen profiteren er uiteindelijk net zo hard van mee.

Ik zou best tevreden zijn als een partij er bewust voor kiest minder moeite in economische groei te steken, en zich meer op het milieu te richten, en op het minder makkelijk te meten geluk van de Nederlanders. Want uiteindelijk maakt geld toch niet gelukkig.

Dit artikel is geschreven door Josse Muller