apr 092017
 

Wat was het vandaag een stralende dag. Ik heb uitgeslapen, rondgehangen, en ‘s avonds gebarbecued. Behalve een boodschappenlijstje (zonnebrand, paaseitjes, Safari) heb ik dus niets geschreven, en geef me eens ongelijk. Ik was echter voorbereid; dit was een mooie kans om wat gedichtjes van stal te halen. Lees ze allemaal, of besluit na drie regels dat dit je vrije tijd niet waard is en eet nog een waterijsje, doe ik het ook. Vandaag hoeft niets. Tenzij je vandaag moest werken of een deadline had, in welk geval ik mijn oprechte deelneming wil betuigen. Troost je, het voorjaar is pas net begonnen.

——————————–

Ik heb mijn jeugd verjaagd
en gezegd dat ze niet meer terug mocht komen
en ik zei haar geen gedag.

De tijd
gaat nu eens
tergend snel, dan weer
op trippelvoetjes geruisloos voorbij,
moeizaam aangezwengeld door de zwarte stipjes
die zweven door mijn kamer, forensend tussen mijn koude raam
en de rottende restjes in mijn afvalbak.

Dan denk ik aan de tijd
dat de getinte, mysterieuze,
kauwgumkauwende hockeyspelende
Oosterse prins van een
buurjongen van mijn nicht
mijn extatische hartkloppende verlangen beantwoordde
door een voetbal tegen mijn gezicht te smijten.

Ik leg mijn hand op mijn wang,
kijk nog wat langer uit het raam.

——————————-

 

Ik hou van lichtjes

In de takken van de nacht

Ik hou van lichtjes al waren ze

Flikkerend, blauwig, stralend,

Zwakjes, rood of constant

Ik hou van lichtjes groot of klein

Maar niet van knipperlichten

Want dat kan alleen maar

Een vliegtuig zijn.

 

——————————-

Alone in a Crowd

Some years ago
in a stuffy recording room
hidden in a town like thousands
a singer sang his song.

Mere details and lines in books he read
he held them dear as each holds theirs
knowing that no one else would care
he dressed them up with the meaning of life.

And now,
in a stuffy room, hidden in a town,
like thousands,
I listen to this song.

I mouth the words, like a parrot I pretend
to know the reasons as I do the rhymes
to forget that I am all alone.
It is a blunt instrument

but will suffice.

Likewise, I will catch a stranger’s gaze,
smile, so he must do the same,
and faster than the speed of light
remembrance passes by.

At parties I entertain myself by doing quite the same
but why do I not recognize
the only difference with familiar eyes
is that by heart I learned their names?

I wield a blunt instrument
that must suffice.

So I walk in the night and besides
the cold dampness, I only feel surprise, oh
how so many point at the street lights and remark –
I suppose to keep their spirits way up high
– that the night isn’t truly dark.

——————————–

Spraakwaterartikel door Yonna Hali