mrt 292017
 

Het is een schande dat de jeugd niet bekend is met Het Wilhelmus, aldus het CDA. Iedere scholier zou toch zeker het eerste en het tweede couplet moeten kennen. Dat eerste lukt bij de meesten nog wel, maar het tweede bleek een ander verhaal. Verwarring alom, want wat wordt ermee bedoeld?  Gaat het om: <In Godes vrees te leven heb ik altijd getracht…> of om: <Mijn schild ende betrouwen zijt Gij o God mijn Heer…> ?

Ineens blijkt dat vermaledijde tweede couplet het zesde te zijn! Nu kost het een christendemocraat gelukkig weinig moeite om met factor drie te vermenigvuldigen als het ontologisch lastig wordt, maar misschien zou het zinniger zijn om de vraag te stellen of ons volkslied nog voldoet als … volkslied.

Uit een persoonlijk ondernomen steekproef[1] blijkt minder dan de helft van de scholieren ook maar het eerste couplet te kennen. Voornaamste redenen: het slaat nergens op, de tekst is onbegrijpelijk, we zingen het nooit. Alle drie geldige tegenwerpingen tegen het Wilhelmus. Het is wel erg willekeurig om een lied met vijftien coupletten tot volkslied te verheffen en vervolgens maar twee onderdelen te vragen. Geen wonder dat scholieren er geen touw aan vast kunnen knopen.

Misschien moeten we een voorbeeld nemen aan La Marcha Real (Spanje) of Ode an die Freude (de Europese Unie) en enkel blijven genieten van een prachtige instrumentale melodie. Je hebt geen woorden die je hoeft te onthouden – alleen dat trage deuntje. Probleem verholpen! De oprechte patriot hebbe echter een probleem: Marnix van Sint-Aldegonde schijnt zijn tekst te hebben geplakt op een bestaande melodie van de Franse Hugenoten en onze mars des vaderlands blijkt zo allerminst Nederlands.

Onze buurlanden hebben ook geen onbekritiseerde volksliederen. In Duitsland zijn de eerste twee coupletten in onmin geraakt wegens hypernationalisme en durven ze alleen nog dat schitterende polysyndeton <Einigkeit und Recht und Freiheit> te zingen. De zuiderburen zingen de niet-Guus Meeuwis-versie van het Brabantlied, la Brabançonne, maar dat leent zich met drie officiële talen alleen voor een surreëel canon als toonbeeld van Belgische eendracht.

Toch hebben deze liederen iets voor op ons lied, ze bezingen tenminste het land waar ze voor staan. Mijn voorkeur gaat uit naar een lied dat zoiets niet te opzichtig doet. Ik vind de titel ‘het nationale volkslied van Peru’ nogal ongeïnspireerd. Het is ook zo overbodig om de naam van het land te noemen. Als het goed is, is iedereen zich bewust van het land dat hij bij het aanvang van de dagelijkse arbeid bezingt. Gek genoeg kun je opvallend veel landen onder deze groep scharen, die op allerlei manieren de landsnaam in hun liederen verwerken.

Advance Australia Fair

O Canada

Hail Granada

La Congolaise (R Congo)

Traditie staat centraal in een volkslied. Dat lijkt me geen bezwaar om toch vooruit te kunnen en dus te kiezen voor een seculier lied waarin de meeste Nederlanders zich kunnen herkennen. De Britten blijken hier niet zo goed in. Zo nu en dan waait zelfs in het Verenigd Koninkrijk de discussie op of het God save the Queen/King niet vervangen zou moeten worden door bijvoorbeeld Jerusalem  of Land of Hope and Glory. Bij de eerste geeft de titel het al weg (voor wie nog niet overtuigd is: <and did the Holy Lamb of God>). De tweede lijkt veelbelovend, maar het tweede couplet <God, who made thee mighty, make thee mightier yet> geeft het lied weg. Het Verenigd Koninkrijk is natuurlijk niet in het enige land dat God in het volkslied aanroept. Ons eigen Wilhelmus heeft er een handje van en met een paar socialistische uitzonderingen daargelaten lijk je dit thema in bijna elk lied terug te vinden. Met name gecombineerd met het vorige kritiekpunt levert dit een aantal erg onnozel klinkende titels op.

God bless Fiji

God bless our homeland Ghana

God defend New Zealand

God zij met ons Suriname

Naast God is er nog een aantal terugkerende motieven. Een leuke ontdekking is dat uit veel volksliederen erg duidelijk blijkt dat het de bedoeling is om het lied vroeg in de ochtend te zingen als je de vlag hijst. Het schijnt dat iedereen nog slaapt en met de eerste zin nog even wakker moet worden geschud.

< Debout Congolais >
Word wakker, congolezen (DR Congo)

< Desteaptä-te, române >
Sta op, Roemenen

< l’Italia s’e desta >
Italië wordt wakker

< Ontwaakt, verworpenen der aarde >
(Sovjet-Unie tot 1944)

Daarnaast zie je veelal de strijd voor vrijheid en voor recht en tegen tirannie of buitenlandse overheersing. Dat zijn vaak de liederen die mij het meeste aanspreken. Een van de mooiste Europese volksliederen (naar mijn mening!) is Nog is Polen niet verloren, waarin ze zorgvuldig bezingen door welke landen Polen is bezet en hoe de Polen zich kunnen vrijvechten. Bovendien krijgt ieder stuk waarin Napoleon bij naam wordt genoemd een plusje. Wat dat betreft waren de Fransen nét te vroeg met het schrijven van de Marseillaise, dat hierdoor met een neuslengte verschil op de tweede plaats eindigt.[2]

Hieruit volgt dat de beste oplossing voor Nederland zou zijn om een revolutie te ontketenen, want daaruit komen toch de beste volksliederen voort. En dan is het CDA misschien de minste om het Nederlandse volklied te propageren. Het lijkt erop dat voorlopig achterblijven met een te lang, te godsgericht en te moeilijk lied. De jeugd die leert maar bij! En stiekem kan ik daar ontzettend van genieten.


Spraakwaterartikel door Matthijs Bonvanie

[1] Ik accepteer meteen dat deze steekproef niet representatief is, maar schrok alsnog: de modale scholier stokt bij <Duitsen Bloed> en niet omdat hij door vaderlandsliefde wordt overmand.

[2] Bonusfeit: de Internationale werd oorspronkelijk geschreven op de wijs van de Marseillaise. Zing maar eens na, het klopt exact. Overigens kan ik hier nog geen fatsoenlijk klinkende opname van vinden. Wie een link voor mij heeft zal worden overladen met mijn eeuwige dank.