mrt 222017
 

Elke hippe twintiger houdt van verre reizen, zo lijkt het wel. Dat betekent niet meteen dat als je van reizen houdt, dat je dan hip bent. Ik heb het hier even duidelijk uitgebeeld met dit handige Venndiagram:
Vennnnn

Als je niet van reizen houdt, is de gedachte, ben je niet wereldwijs of intellectueel. De wereld is groter dan je eigen leven! Ontdek eens andere culturen! Je bent geen hippe jongvolwassene als je niet óf “travelling” in je tinderbio hebt staan (geen volledige zin, maar gewoon dat ene woord als bulletpoint, en obligatoir in het Engels) óf een foto van een zonsondergang bij een Thais rijstveld als omslagfoto op Facebook hebt. Toch kom ik er openlijk voor uit: ik hou niet van reizen. Weekendjes weg naar Antwerpen of Düsseldorf, die onderga ik. Tijdens een moment van laksheid kan ik zomaar ineens merken dat ik best wel plezier aan het hebben ben, maar dat gevoel houdt nooit aan. Ik heb, zoals ik het zelf noem, ‘reisangst’.

Oost West, thuis best
Mijn vader is dol op Italië en gaat daar graag op vakantie. Ook Duitsland en Frankrijk vindt hij leuke landen. Buiten Europa is hij nog nooit geweest, en hij is ook niet van plan dat nog ooit nog te doen. Buiten Europa ligt er achter elke steen een struikrover op de loer die je al je geld afhandig maakt en je kidnapt en je nieren eruit snijdt en je daarna ophangt in naam van Allah. En als je dan naar de politie stapt om aangifte te doen wimpelen ze je af omdat ze geen zin hebben er wat aan te doen, die corrupte bende. De Verenigde Staten vallen nog wel mee, maar daar is geen greintje cultuur te vinden en de helft van de mensen zijn walgelijke veelvraten die snickers in bacon wikkelen en dat in de frituur dumpen en in de supermarkt in karretjes moeten rijden omdat ze niet kunnen lopen en alleen maar gigantische benzineslurpende auto’s kopen, ze zijn ook allemaal achterlijk Christelijk en zitten en masse aan de harddrugs. Mijn vader staat in schril contrast met mijn moeder, die heel veel gereisd heeft en zelfs negen jaar in Suriname gewoond heeft. Ik heb niets tegen het buitenland zoals mijn vader dat heeft, ik heb zo mijn eigen redenen om niet naar verre oorden te willen.

Reisdrift, bah
De handeling van jezelf naar een andere plek in de wereld verplaatsen is om de een of andere reden een populaire hobby geworden. Reisdrift is er bij de mensheid al van oudsher ingebakken, maar tegenwoordig is reizen iets wat je ‘even doet’. Ik begrijp maar half waarom bijna alle mensen hier zo’n passie voor hebben, kijken hoe mensen in andere landen leven. Natuurlijk kom je als reiziger adembenemende landschappen en prachtige gebouwen en überauthentieke restaurantjes tegen. Ik geloof vast wel dat je soms hartverwarmende ontmoetingen hebt met de lokale bevolking, die blij zijn met zó weinig en je zó gastvrij ontvangen dat je echt even stilstaat bij je eigen leven en hoe relatief alles is eigenlijk is! Je zal vast diep oprecht intermenselijk contact hebben dat een welhaast spirituele verbondenheid met de wereld inspireert. Dat zal na thuiskomst dan vast een paar weken nagloeien totdat de mensen op straat van unieke, mooie medemensen weer veranderen in anonieme passanten en je niet meer vroeg op wil staan om een strandwandeling te maken maar gewoon weer series gaat bingen op Netflix.

Kant, de grote filosoof van de Verlichting, kwam zelden zijn woonplaats uit. Hij maakte elke dag stipt om half vier (zoals een verhaal gaat zetten de mensen die hem zagen hun klokken er op gelijk) in de middag zijn vaste wandeling. Hij had geen stimulatie van buitenaf nodig om briljante dingen te bedenken. Daar insinueer ik niks mee. Maar toch.

Angst om nooit meer thuis te komen
Ikzelf was tot op belachelijk late leeftijd bang om met de trein te reizen omdat ik de angst had dat ik misschien verkeerd uit zou stappen en mijn ouders kwijt zou raken, waarna mij een kort en miserabel leven in de straten van een vreemde stad beschoren zou zijn. Die ‘angst om niet meer thuis te komen’ is nog steeds een fundamenteel gegeven. Als ik grote groepen mensen zie of in een vreemde stad of in een vreemd land ben realiseer ik me hoe nietig mijn eigen leven is en hoe makkelijk het zou zijn om duizend andere levens te leiden die niet in het minst lijken op mijn huidige leven. Ik heb ook maar gewoon ergens een rechthoek op de grond getekend en gezegd “dit is mijn plekje”, maar eigenlijk heb ik geen enkele reden om me meer thuis te voelen in mijn huis in Nederland dan ergens anders. Misschien ben ik bang dat als ik een paar weken in Zuid-Amerika zou verblijven, ik bij elke boom en in elk kleine dorpje een klein stukje van mezelf achterliet en langzaam in het landschap verdween en geen motivatie meer zou kunnen vinden om het vliegtuig terug naar huis te halen. Of, als ik mijn weg wel terugvind, ik er bij thuiskomst achter zal komen dat iedereen die ik ken gewoon verder is gegaan met zijn leven en dat ik niet meer zo goed zal weten waarom ik de vrienden heb die ik heb, de hobby’s heb die ik heb, en waarom ik niet gewoon naar Zuid-Amerika terugga om geitenherder te worden of zo. Waarom niet eigenlijk? Wat doe ik hier nog? Dag Nederland!

———————

Spraakwaterartikel door Yonna Hali