mrt 122017
 

Drie dagen verwijderd van de stembus kan het niet anders dan dat er nog een artikel over de politiek komt. Eén keer in de vier jaar mogen wij debaters onze sterke meningen omzetten in een goed uitgedachte keuze. Extra belangrijk dus om tot een goede keuze te komen. Dat vraagt veel van je.

Elke week word je met debatten, artikelen en reclamespotjes om de oren geslagen. Steeds weer hoor je de ingewikkelde vraagstukken zoals de zorg uitgelegd. Steeds weer datzelfde verhaal. Steeds weer diezelfde woorden. Eén debat is anders. In dit scherpe debat worden de lijsttrekkers verplicht om echt iedereen te betrekken in de politiek. Ik heb het natuurlijk over het Jeugdjournaaldebat van 11 maart.

Lijsttrekkers gaan hier in debat met kinderen en met elkaar. Het resultaat hiervan is iets bijzonders. Lijsttrekkers mogen niet meer gemeen tegen elkaar doen en letten constant op hun woorden. Het koopkrachtplaatje krijgt een verhaal; een naam; een gezicht. Zeker als de vele standpunten nog te onduidelijk zijn, krijg je hier eindelijk eens duidelijkheid van de politici. Taal die je begrijpt.

“Klare taal” heet dit dan. Dat dit belangrijk is, blijkt elk jaar weer. De Nationale Jeugdraad (NJR) biedt elk jaar de Klare Taal Bokaal uit aan de politicus die het normaalst praat. Dit is de politicus die mensen betrekt bij zijn verhaal door het duidelijk te houden. Dichter bij huis zien we deze zelfde prijs al sinds 2015 uitgereikt aan Groningse Statenleden. Deze prijs komt van jongerenorganisaties. Het idee dient echter veel meer Nederlanders.

Het idee dat je in duidelijke taal moet praten klinkt vrij vanzelfsprekend. Immers, in de politiek is het je taak om iedereen erbij te betrekken. Om bij te dragen aan de politiek hoef je niet eerst een taaltoets af te leggen. De Dikke Van Dale moet geen must zijn. Als je duidelijker gaat praten, merk je dat dit gevolgen heeft.

Erg interessant om te kijken zijn dan ook de 30 seconden-intro’s van de partijen in het Jeugdjournaaldebat. In 30 seconden leggen ze uit waar de partijen op hoofdlijnen voor staan, met één regel: niet te moeilijk praten. Je snapt precies waar het over gaat. De keerzijde is dat het er wel erg simpel van wordt. Toch heeft het wel wat. Kinderen trekken iets uit lijsttrekkers. Dat merk je de hele verkiezingen al. Kinderen spelen, misschien daarom wel, al een tijdje een rol in deze verkiezingen.

Het CDA trapte de verkiezingen af met een christendemocratisch appèl op de eenvoud. Met de slogan “als je het je kinderen niet meer uit kunt leggen” probeert Sybrand Buma complexe politieke materie terug te brengen op de essentie: ‘zo ga je toch niet met elkaar om?’ Hoewel de filmpjes niet erg geslaagd zijn in hun uitvoering, tenminste, als we Zondag met Lubach moeten geloven, zit er een leuk en waardevol idee achter.

Daarnaast is er De Kindercorrespondent, van NPO Radio 1. Hier interviewen kinderen lijsttrekkers. Nu klinkt het alsof kinderen de lijsttrekkers alleen vragen naar knullige dingen, maar dat is juist niet het geval. Kinderen zijn soms gemeen eerlijk. Zij stellen de vragen die Jinek en Pauw niet durven te vragen. Zo vroeg een kind aan Buma hoe het kon dat ze het op school altijd hebben over lief zijn tegen elkaar, wat je in de politiek niet terug ziet. Buma was hier merkbaar even stil van. Daarna kwam een begrijpelijk antwoord.

Klare taal is waardevol. Het moet echter niet doorslaan in het dommer worden van het debat. Af en toe een duidelijk debat is wel belangrijk. Nu zien we nog de kinderen die de vragen stellen, waardoor niet veel mensen het kijken. Alleen ouders met kinderen zien de filmpjes. Laten we echter bekende Nederlanders de vragen stellen, krijgen we een ander effect. Je kunt veel zeggen over de kwaliteiten van Rob Geus en Patricia Paay als politiek interviewers, maar wat zij wel doen is het introduceren van de politiek aan een groep die er niet rechtstreeks bij betrokken is. Een groep die misschien wel uit het oog verloren is. Het is een welkome afwisseling op het saaie grijze politieke debat.

Dit Spraakwaterartikel is geschreven door Sjoerd Kalisvaart