mrt 082017
 

Waar gaan we in het nieuwe jaar naar toe? Met nog exact een week te gaan tot de verkiezingen zijn we allemaal benieuwd naar het antwoord. Wordt het opnieuw Mark Rutte, of misschien een van de heren uitdagers? Op Internationale Vrouwendag durf ik slechts één voorspelling te doen met enige zekerheid: het wordt geen meisje.

In theorie is het nog mogelijk; we kiezen onze volksvertegenwoordiging, maar niet onze ministers. Die worden aangesteld door Zijne Majesteit de Koning (hoewel natuurlijk op voorspraak van een verkenner en een formateur). Zelfs met die overweldigende meerderheid aan mannelijke lijsttrekkers zou Koning Willem-Alexander zijn stoute feministische schoenen aan kunnen trekken en eens kunnen regelen wat na honderd jaar algemeen passief kiesrecht nog steeds niet is gelukt: een vrouwelijke premier.

De partijen zelf kunnen ook eens gek doen. Het zou niet de eerste keer zijn dat na een gewonnen verkiezing de lijsttrekker zelf in de Tweede Kamer blijft en andere door laat stromen naar de ministerploeg. Van alle partijen die bij de vorige verkiezingen in de Kamer kwamen staat op nummer 2 van de lijst een vrouw, uiteraard de Staatkundig Gereformeerde Partij uitgezonderd. Het staat helemaal niet gek om die in jou plaats naar het bordes te sturen voor de foto. Mannen, fractievoorzitter is ook een zeer eervol beroep.

Misschien komt het allemaal neer op deze vraag: worden we niet pas met een keer een vrouw aan het roer een echt land? Internationale Vrouwendag lijkt mij het uitgelezen moment om onszelf eens achter de oren te krabben en eens oprecht en open over een antwoord na te denken. In een stijgend aantal landen om eens heen durven ze hier ja op te zeggen . Meer dan de helft van de EU-leden heeft een vrouwelijk staats-/regeringshoofd gehad, zelfs als we koninginnen buiten beschouwing laten! In Europa (niet-EU) zijn er nu vier landen met een vrouwelijke premier. Die hebben naast hun sekse nog iets anders gemeen, kijk even mee:

  • May namens de Conservatieve Partij in het Verenigd Koninkrijk
  • Merkel namens de Christelijk Democratische Unie in Duitsland
  • Solberg namens de Conservatieve Partij in Noorwegen,
  • Szydło namens Recht en Rechtvaardigheid in Polen,

In tegenstelling tot wat ik zou verwachting zit er niemand van een progressieve partij, van wie zoiets toch een speerpunt zou moeten zijn. Misschien past hier een hele cynische conclusie dat het juist de vrouwelijke leiders zijn die verdere emancipatie remmen. Zuinigheid bij de staatsfinanciën heeft op zichzelf een grote waarde, maar raakt juist de mensen die een extra zetje nodig hebben als eerst. Ik vind het een vreemde observatie. Hoe kan het nou dat de niet-feministische partijen beter in staat lijken te zijn een vrouw naar voren te schuiven? Waar blijft het resultaat van al die mooie woorden over de diverse en moderne samenleving die ik in de partijprogramma’s kan lezen? Of moeten we accepteren dat het feminisme in Nederland dan het beste af is bij een mannelijke premier? Dat zou wel heel treurig zijn.

Dit Spraakwaterartikel is geschreven door Matthijs Bonvanie