feb 082017
 

We willen ons leven op de door onszelf gekozen manier vormgeven. Gezien de sadistische en egocentrische aard van sommige mensen mogen we blij zijn dat dat niet altijd mag. Of je mag moorden en stelen staat niet ter discussie, maar soms zijn er grijze gebieden voor wat betreft de dingen die we zouden moeten mogen en welke dingen niet. Dat lijkt een kwestie van de normatieve ethiek. De vraag van onze rechten en plichten als burger is echter niet louter een discussie over goede en slechte acties, maar meer dan dat. Ik moet me registreren bij de overheid, ik moet een paspoort hebben, ik moet een zorgverzekering hebben en belasting betalen. Die dingen hebben duidelijk nut, maar toch. Na nadere inspectie lijkt het toch alsof de restricties die we als burgers opgelegd krijgen vrij arbitrair zijn. Niet alleen omdat er geen definitief antwoord is over wat goed is en wat slecht (is abortus bijvoorbeeld verkeerd?), maar ook omdat er verschillende ideeën zijn over de aard van de mens, de mechaniek van een maatschappij en het nut van de overheid. Die verschillende theorieën verschillen soms zeer sterk van elkaar en hebben zodoende sterke verschillende consequenties voor de macht en de vormgeving van de overheid.

Om een functionerende overheid te hebben moet je een ideologie hebben. Ook de Nederlandse overheid is gebaseerd op een aantal grondbeginselen, ideeën over vrijheid, normen en waarden. Ik pleit dus zeker niet tegen het hebben van een ideologie. Maar ideologieën zijn rare dingen als je een aantal bestudeert. Aan de ene kant is het een beschouwing van de werkelijkheid (hoe gedragen mensen zich, hoe werkt de wereld?), en aan de andere kant is het een opvatting van hoe de dingen zouden moeten zijn, kortom, een bouwplan voor het actief veranderen van hoe de dingen zijn door een bepaald beleid te voeren. En dit terwijl de wereld veel te complex is om te bevatten en in een theorie te omschrijven. Een ideologie kan naar mijn mening dus nooit perfect zijn, maar we hebben er wel een nodig. Welke is dan de beste?

Stel dat de beleidsmakers in dit land het erover eens zouden zijn dat het homohuwelijk verboden moet zijn, terwijl de meerderheid van de bevolking juist voor het homohuwelijk is. Dat zou volgens velen niet moeten kunnen, omdat de overheid representatief voor de bevolking moet zijn. Maar als dit zo is, ga je dan niet te veel uit van de goedwillendheid en wijsheid van de meerderheid? Soms moet de overheid doen wat zij beschouwt als het juiste, bijvoorbeeld om minderheden te beschermen of om dingen te doen die op langere termijn beter zijn. Ik ben voor het homohuwelijk, maar ik heb de waarheid niet in pacht, dus waarom kan de overheid haar wil niet doorduwen? Aan de ene kant heeft het volk dus de macht over de overheid, en toch heeft de overheid juist de macht om over het volk te regeren – het is een continue wisselwerking, en soms is het niet duidelijk wanneer het een van kracht is en wanneer het ander.

Op mijn middelbare school kende ik een verschrikkelijk pretentieuze en cynische jongen met een fedora. Zijn visie was kort maar krachtig: democratie werkt niet omdat mensen te dom zijn om te weten wat goed is. Ik vroeg hem een keer hoe hij wilde dat de samenleving er uit zag. Hij keek me recht aan en zei: “Ik ben een anarchist.” Zaak is dan om te proberen een uitgestreken gezicht te houden maar makkelijk is het niet.

Is anarchisme misschien een goed idee? Volgens wikipedia bestaan er vele soorten anarchistische theorieën, waaronder de volgende maatschappijvormen: anarchocommunisme, collectief-anarchisme, individualistisch anarchisme, anarchokapitalisme, anarchoprimitivisme. Zo ontzettend veel theorieën… is dat juist niet allemaal heel gekunsteld? Zolang anarchie niet van nature ontstaat lijkt het onlogisch om te vinden dat anarchie reëel is. Anarchieën lijken niet levensvatbaar te zijn, dus zou het juist niet kunstmatig zijn om een anarchie te proberen in stand te houden? Datgene dat juist als vanzelf ontstaat is pas echt natuurlijk. Maar aan de andere kant: een regering ontstaat natuurlijk niet echt vanzelf. Als er in de geschiedenis geen mensen met een sterke visie en grote daadkracht waren geweest hadden wij nu niet zo’n goed georganiseerde overheid gehad. Een regeringsvorm moet dus aan de ene kant natuurlijk zijn en tegelijkertijd door actief handelen van individuen ontstaan. Wat is natuurlijk, wat is kunstmatig? Het is een glijdende schaal, wat je bijna doet denken dat alleen het onderscheid tussen natuur en kunstmatigheid kunstmatig is.

Sommige ideologieën zijn “te” kunstmatig – altijd erg frappant aan bijvoorbeeld communistische ideologieën: je bent vrij, zolang je maar wel doet en vindt wat ik wil. Zeur niet en wees blij! Gij zult uit vrije wil hard werken voor het belang van je volk! Mensen dwingen vrij te zijn is een tegenstrijdigheid. Bepaalde principes van de menselijke natuur kunnen niet veranderd worden en dat is wat een regeringsvorm wel of niet succesvol maakt. Datgene dat wel veranderd kan worden is het terrein waarover gediscussieerd kan worden en waar de samenleving gemanipuleerd kan worden, verder niet.

Veel filosofen hebben hun sociale en politieke filosofie gebaseerd op het bestaan van een soort state of nature. Door bijvoorbeeld te kijken naar primitieve samenlevingen fabriceerden zij een soort oorsprongsmythen: ze beredeneerden hoe de mens van nature echt is en hoe dingen als culturen en georganiseerde samenlevingen zijn ontstaan. Een van hen was Jean-Jacques Rousseau. Hij dacht dat mensen aanvankelijk een soort nobele wilden waren, alleen gericht op het bevredigen van hun eigen directe behoeften – volgens Rousseau een prima toestand van de mensheid. Later ontstonden echter nieuwe samenlevingsverbanden met gezinnen, gevoelens als genegenheid voor elkaar en nieuwe, kunstmatige behoeften aan allerlei luxes. We ontdekten ‘de ander’, gingen onszelf en anderen vergelijken met elkaar. Arbeidsdeling ontstond en uiteindelijk privébezit, dit leidend tot ongelijkheid en onrechtvaardigheid. Rousseau vond deze slechte maar onontkoombare ontwikkelingen. Hoe hij alles dan het liefste zag: een samenleving gelijkend de oude Griekse stadstaten, met citoyens die een staatsopvoeding genoten en daarbij in hun hoofd geramd kregen om autonoom te denken, bepaalde normen en waarden hoog te houden en het belang van de samenleving na te streven. Kortom, om de door hem vermeende dictatuur van de sociale omgeving tegen te gaan wilde Rousseau een totalitaire staat met staatsopvoeding waar alle neuzen dezelfde kant op werden gezet. Dat is de ironie van de ideologie.

——————–

Spraakwaterartikel door Yonna Hali