feb 052017
 

Als ik het nieuws lees krijg ik het gevoel dat onze wereld op een meltdown af stevent. Mensen zijn boos en ze voelen zich niet serieus genomen, populisten zijn in opmars. De oorzaken van de onvrede lijken heel verschillend: groeiende ongelijkheid, immigranten, globalisering en automatisering. Maar al deze problemen hebben iets met elkaar gemeen, ze hebben te maken met banen die op de tocht staan en mensen die bang zijn voor werkloosheid. Het lijkt erop dat onze vrije arbeidsmarkt niet meer zo goed werkt als hij altijd heeft gedaan. Ik wil een oplossing voorstellen (het is geen universeel basisinkomen). Maar waar gaat het eigenlijk mis?

Het marktsysteem is erop gebouwd altijd de goedkoopste manier te vinden om een doel te bereiken. Dit heeft altijd goed gewerkt omdat het zorgt dat banen gaan naar diegenen die er goed in zijn, en iedereen zijn uiterste best doet om zich zo nuttig mogelijk te maken. Dit slaat twee vliegen in één klap: we worden gelukkig omdat we ons nuttig kunnen maken en we krijgen veel goedkope producten en diensten omdat dingen zo efficiënt mogelijk gemaakt kunnen worden.

Maar dit werkt alleen zolang iedereen genoeg te bieden heeft om het brood op zijn plank te verdienen. Daar gaat het tegenwoordig mis. Veel simpele banen verdwijnen, ze worden overbodig door robots of door de extreme efficiëntie waarmee multinationals kunnen opereren, of worden naar een goedkoop land verplaatst. Daardoor moeten werkzoekenden die zich met zo’n praktische baan gelukkig zouden voelen heel erg hard hun best doen om door te leren en zich zo te kwalificeren voor het overgebleven werk. Dit gaat natuurlijk meteen al fout omdat niet iedereen eeuwig door wil of kan leren, waardoor een deel van de mensen gefrustreerd afhaakt. Maar ook diegenen die wel met succes een hogere opleideing afronden en een baan vinden worden hier niet per sé gelukkig van. Er zijn voor de meeste mensen twee opties om te oveleven in onze maatschappij: keihard concurreren om een stressvolle, veeleisende en ingewikkelde baan te bemachtigen of jezelf nutteloos voelen in een uitkering op kosten van diegenen die wel werken. Oké, als je in een uitkering zit kan je je nog een beetje nuttig maken als vrijwilliger of kunstenaar, maar het feit dat je daar geen brood mee op de plank krijgt bewijst dat je nog st/eeds een blok aan het been van de samenleving bent.

Om de oplossing te zien moeten we het probleem eerst van een historisch perspectief bekijken. Want eigenlijk is het heel tegenstrijdig: hoe kan het dat idereen ongelukkiger wordt omdat onze technologie beter wordt? Hoe kan het dat we nu dreigen te verhongeren met al onze kennis en technologie, terwijl duizenden jaren geleden alle boeren een best comfortabel en ontspannen leven hadden met een os en een ploeg, en daar nog weer voor een stenen vuistbijl genoeg was. Is het simpelweg omdat er zoveel meer mensen op de wereld zijn dat we keihard moeten werken om iedereen van eten te voorzien? Dat kan het probleem niet zijn: voedselproductie is maar een fractie van onze economie en arbeidsmarkt.

Ik denk dat we deze uitdaging misschien aankunnen als de achterblijvers samenwerken in plaats van concurreren. Daarmee bedoel ik geen communistische revolutie (“Proletariërs aller landen verenigt u!”) maar iets wat je collectieve zelfvoorzienendheid zou kunnen noemen. Denk even terug aan die boerderij van een paar duizend jaar geleden. Een boerenfamilie kon alle voedsel, meubels en kleding die het nodig had zelf produceren. Als je vandaag precies zo’n boerderij zou hebben zou je nog steeds zelfvoorzienend kunnen zijn, en daardoor onkwetsbaar voor concurrentie van andere boerderijen of de omstandigheden op de arbeidsmarkt.

Maar de moderne mens is waarschijnlijk niet tevreden met de levensstandaard van een prehistorische boer. Door helemaal zelfvoorzienend te worden zou je wel erg veel vooruitgang overboord gooien. Zelfs met de modernste technologie wordt het lastig wat je nodig hebt zelf te maken. Een betere oplossing is samen te werken met een groep mensen. Daardoor kan iedereen zich wel specialiseren en werk doen waar hij of zij goed in zijn, maar heeft iedereen toch te voordelen van zelfvoozienendheid.

Ik stel me een coöperatie voor die als doel heeft elke werknemer van voedsel, kleding en andere basisbehoeften te voorzien. In een coöperatie zijn alle werknemers samen ook de eigenaar. Ze zijn dus werknemer, werkgever en consument in één, en daardoor niet overgeleverd aan de vrije markt. Dat heeft enorme voordelen: een bedrijf dat produceert voor de vrije markt moet efficiëntie boven alles stellen. Als het zijn werkgevers niet vervangt door machines wordt het weg geconcurreerd. Bij een coöperatie is het precies omgekeerd. Omdat de leden toch al hun deel van de opbrengst krijgen kan de coöperatie maar beter zorgen dat ze hun tijd zo nuttig mogelijk besteden, ook al zijn ze eigenlijk te duur om te concurreren op de arbeidsmarkt. Daardoor zullen ze ook écht iets nuttigs doen waar ze voldoening uit kunnen halen. En omdat ze het uiteindelijk voor zichzelf doen en niet voor één of andere grootkapitalist worden ze extra gemotiveerd.

Er is natuurlijk een paar grote probleem met dit voorstel. Een coöperatie kan veel dingen zelf produceren, maar waarschijnlijk niet alles. Misschien kunnen bepaalde goederen of diensten van een andere coöperatie worden gekocht. Dat kan best werken voor een kapper, slager of loodgieter, maar voor een smartphone of auto moet je toch met een bedrijf op de vrije markt handelen op de markt en dan moet je toch een beetje concurreren. Daarnaast is het de vraag hoe een coöperatie aan een startkapitaal komt, maar denk dat daar wel een oplossing voor te vinden is. Ze kunnen het lenen van een bank of goed doel. Of van de overheid – die kan zo ook echt een oplossing bieden aan de achterblijves in de maatschappij, en het is waarschijnlijk goedkoper dan ze gedeprimeerd in een bijstandsuitkering te laten zitten.

Zou dit idee kunnen bijdragen aan een oplossing? Misschien in combinatie met een universeel basisinkomen? Misschien komt er wel een hele andere oplossing. Maar het belangrijkste is dat er een discussie over is, dat we nadenken over echte oplossingen. Steeds meer mensen zijn ontevreden met de mainstream politiek. Politici en intellectuelen breken zich er het hoofd over hoe ze deze mensen weer het gevoel kunnen geven dat hun problemen serieus worden genomen. Maar misschien is de oplossing wel de meest voor de hand liggende: stop met mooie woorden, geef toe dat we een serieus probleem hebben. Pas dan neem je de de ontevreden burgers écht serieus.