nov 092016
 

Spraakwaterartikel door Yonna Hali – Hoe ik mijn verloren middagen zoal besteed? Leuk dat je het vraagt. Normaal luister ik wat muziek en lees ik wat, maar boven alles ben ik altijd al erg goed geweest in middagen lang uit het raam staren en na te denken over het leven (ja, ik studeer filosofie). De afgelopen weken zagen mijn dagen er echter wat anders uit. Hieronder een voorbeeld ter illustratie.

Vraag negen van de ‘diptest’ op gripopjedip.nl: “Ik ben zo ongelukkig dat ik heb zitten huilen.” Mogelijke antwoorden: “Ja, heel vaak”, “ja, tamelijk vaak”, “alleen af en toe”, of “nee, nooit”. Terstond barstte ik demonstratief voor mijn laptop in tranen uit. Ik was bij de test uitgekomen via omgaanmetdepressie.nl van de rijksoverheid. Er was op dat moment eventjes geen enkel ding in de wereld dat het me waard leek om voor te leven. Dit artikel begint al lekker, maar je weet wel waar je aan toe bent. Ik had natuurlijk ook een artikel over de Amerikaanse verkiezingen kunnen schrijven, of wat er momenteel in Turkije allemaal aan onzaligs gebeurt, maar je kan alleen een goed stuk schrijven over wat je echt bezig houdt, niet waar? Daarbij, ik heb een makkelijk en fijn leven en voel me alweer een stuk beter. Als er zo veel mensen zijn die tijdens hun leven met dit gevoel te maken krijgen wil ik er graag over schrijven.

Hopeloos verdwaald
De meeste mensen lijken moeiteloos hun weg te vinden. Aan de hand van kennissen en vrienden, hobby’s, het volgen van een aantal series en het liken van een aantal facebookpagina’s zetten ze een paar speldenprikjes op de kaart van de wereld die functioneren als ankertjes. Zolang ze die dingen hebben kunnen ze dagenlang alleen zijn, aan hun studie werken, saaie klusjes doen, ’s avonds alleen naar huis fietsen. Ze voelen zich nooit echt alleen, ook niet in een wereld vol met mensen die in de eerste plaats hun eigen ding doen. Ze hebben vrienden verspreid over de wereld, ze hebben contact met hun familie, ze worden getagd in foto’s van feestjes. Alles staat in verbinding met elkaar en zij staan daar middenin.

Dat is ook min of meer hoe ik me altijd voelde. Zonder enig echt doel in mijn leven – maar dat hebben zoveel mensen niet, mét de geruststelling dat ik mijn plek in de wereld wel ging vinden. Maar na een betrekkelijk kleine tegenslag, wiens aard niet relevant is voor dit artikel, werd ik op een woensdagochtend om zes uur wakker met een gevoel van angst en triestheid die tot een nieuwe diepte reikte. Ik had geen idee hoe ik de dag door moest komen.
Dan wisselen verscheidene doemgedachten elkaar af: als ik op gegeven moment zou besluiten alleen nog maar mijn bed uit te komen om te eten en naar de wc te gaan, zou er een handvol mensen in mijn omgeving zijn die het zou merken, en niemand zou echt de moeite nemen om me er weer bovenop te helpen. En: alles is volkomen nutteloos. Concentratie om wat dan ook te doen is er niet; een boek lezen is immers nutteloos, een serie kijken ook. Echte vrienden heb je toch niet, dus waarom zou je met mensen praten? De afwas mocht voor mijn part voor eeuwig op het aanrecht blijven staan.

Hoe het leven dan weer op te pakken? Het is alsof je als klein kind verdwaald bent in een warenhuis en je naam omgeroepen wordt, maar je na een tijdje begint te beseffen dat je ouders je niet op gaan komen halen om je mee naar huis te nemen. Je zal voor eeuwig in het warenhuis rond moeten blijven dolen. Vervolgens is het dan dus blijkbaar de bedoeling dat je uit de oneindige stroom vreemdelingen die door de hallen lopen een aantal leuke uitkiest en daar vriendschappen mee opbouwt – al heb je het gevoel dat iedereen al van vrienden voorzien is en je dus hard je best zal moeten doen om jezelf te verkopen. Dat is lastig als je het gevoel hebt dat je geen persoon bent – geen interesses, geen hobby’s, geen toekomstdromen om je een identiteit te geven. Dan zit er niets anders op dan een droom zien te vinden, je vervolgens ook nog eens de pleuris werken om die droom waar te maken, met weinig kans op succes. En vergeet niet: alles wat je doet zal door een paar mensen gezien worden en daarna voor altijd in vergetelheid raken.

Familie
Het aansluitende weekend kon ik niets anders doen dan naar thuisthuis gaan. Mijn ouders namen me mee naar de film Inferno. Een evil genius probeert een virus op de wereld los te laten dat een derde van de wereldbevolking uit zal roeien. Door de staat van mijn geest op dat moment was het net of iemand anders de film voor me keek en me vertelde wat er gebeurde zonder dat ik er zelf echt bij was. Ik was niet echt onder de indruk van de film. Met alle inlevingsvermogen die ik in me had kon ik niet begrijpen waarom het eigenlijk zo belangrijk was dat de wereld gered werd (afgezien van al het lijden dat teweeg zou worden gebracht, ik ben toevallig geen psychopaat).

Toen ik mijn tante over mijn gevoelens vertelde zei ze dat ik altijd bij haar en de rest van de familie aan kon kloppen. Dat hielp. Ik had mijn familie altijd als een noodzakelijk kwaad gezien en had me nooit gerealiseerd dat familie iets is waar je altijd op terug kan vallen. De doodsaaie familieweekends, de neiging meningsverschillen met de mantel der liefde bedekken, het opkroppen van gevoelens van irritatie, opeens begreep ik waar die bedremmelde wisselwerking toe diende. Het hield een bepaald vangnet in stand voor iedereen met dezelfde achternaam, ook al bestond die groep mensen uit vele verschillende types met zeer uiteenlopende levensstijlen.

Nu de druk in mijn psyche waar ik een aantal weken mee geleefd heb bijna is uitgewerkt, begint het steeds vreemder te voelen om erover te schrijven. Stelde ik me dan gewoon aan? Ik heb een makkelijk leven met zeer weinig tegenslagen en ik heb me maar een paar weken zo gevoeld. Ik ben echter doodsbang dat ik me ergens in de toekomst voor een langere periode zo ga voelen. Ik ben er ook nog steeds zeker van dat mijn cynische wereldbeeld voor een groot deel klopt: het is ontzettend moeilijk om een thuis te vinden in een wereld waarin alles razendsnel verandert en iedereen zich vastklampt aan nutteloze aspiraties, eigenlijk maar wat aanmodderend maar zonder ellenbogenwerk te schuwen. Maar de realiteit is zo onbevattelijk gelaagd en rijk, dat ze als een kristal is met duizenden facetten. Ik heb hem in een nieuw licht gezien, maar alle manieren waarop hij schittert komen even dichtbij de waarheid.