okt 302016
 

De “minder, minder, minder”-uitspraak lijkt tot dusver enkel meer teweeggebracht te hebben. Meer aandacht voor Geert Wilders, meer polarisatie en meer kritiek op de parlementaire onschendbaarheid en de vrijheid van meningsuiting. Nu het Wilders-proces in volle gang is en die laatste vraag dus nogmaals extra kritisch wordt belicht, moeten we ons de vraag stellen: mag je eigenlijk wel alles roepen?

De parlementaire onschendbaarheid is te vinden in onze grondwet. Het betekent met zoveel woorden dat Kamerleden en leden van het kabinet nooit vervolgd kunnen worden voor wat zij hebben gezegd in alle vergaderingen van de Tweede of Eerste Kamer, commissies of in stukken die hiervoor bedoeld zijn. Op hoofdlijnen lijkt de te maken conclusie dus dat je politici niet kunt vervolgen voor wat zij in het kader van hun politieke ambt zeggen.

Kan je dan ook echt alles zeggen? Dit proces gaat daar een antwoord op geven. Of dat wenselijk is, is maar de vraag. Ja, er zijn standaarden waar je je aan te houden hebt als je in een land woont waar je normaal met elkaar omgaat. Zeker volksvertegenwoordigers dienen aan die standaarden gehouden te worden, maar die controle moet in de politiek zitten; niet in de rechterlijke macht. De rechter vervult echter steeds vaker een politieke rol. Dat wil zeggen: de rechter gaat steeds vaker meedoen in het politieke spelletje.

Als een Wilders uit de school klapt op een manier die zo in strijd is met de normen die in dit land centraal staan en de identiteit van dit land vormen, moet daar in de politiek een oplossing voor gezocht worden. Zorg dat de burger zo iemand afstraft. Werk er dan gewoon niet meer mee samen! Als dit echter kennelijk een verhaal is dat gehoord moet worden omdat er heel veel mensen achter staan, hoe cru het misschien ook is, moet dat erkend worden en moet je je als politiek de vraag stellen waar het fout ging in de verruwing van het debat. Jouw politieke taak afschuiven op de strafrechter is dan kwalijk.

Er is dus een belangrijk onderscheid te maken tussen wat je juridisch gezien en moreel gezien kunt zeggen. Ga voor dit soort zaken dan ook alsjeblieft niet naar de strafrechter, maar bedenk dat in de politiek de burgers uiteindelijk de beslissing nemen hoe we met dit soort uitspraken om moeten gaan. De burgers en de politici moeten een duidelijke grens stellen en in de meest uiterste gevallen kan de rechter aangeven of iets te ver gaat, niet meer dan dat. De burger moet bedenken hoe ze “minder minder minder” inkleurt: misschien minder Wilders, of misschien iets actiever opkomen voor je principes?