apr 172016
 

Spraakwaterartikel door Erik Houwing – Onder wetenschappers die zich bezig houden met Europese geschiedenis, cultuur en politiek, is er altijd die ene zoektocht naar datgene dat geïdentificeerd kan worden als een Europese gedeelde identiteit. Deze Europese identiteit kan voorgekomen zijn uit onze gedeelde geschiedenis, onze gedeelde normen en waarden, en onze gedeelde culturele achtergrond. Het zou voor sommige politici en groeperingen heel handig zijn als een gedeelde Europese identiteit bestaat. Dat maakt het een stuk makkelijker om het bestaan van de Europese Unie te legitimeren, net zoals verdere integratie, of een associatieverdrag met bijvoorbeeld Oekraïne.

Helaas, voor deze mensen, concluderen de meeste wetenschappers dat een gedeelde Europese identiteit niet bestaat. Twee voorbeelden. Gerard Delanty, een Britse socioloog, concludeert dat na het onderzoeken van vier grote Europese narratieven, er geen narratief is die ons allemaal binden kan. Het idee dat de Europese Unie voortgekomen is uit de Tweede Wereldoorlog, en dient als een alternatief daarvoor, slaat voornamelijk in West-Europa aan. In Oost-Europa is het voornamelijk het communisme dat gezien wordt als het grote onrecht uit de twintigste eeuw. Martin Kohli, een Duitse socioloog, beargumenteert dat er draaggroepen, ‘carrier groups’, bestaan voor een Europese identiteit. Doordat identiteiten fluïde zijn, kunnen mensen zich identificeren met het nationale, regionale, lokale, of het Europese. Deze hybriditeit bestaat volgens Kohli in migranten en mensen die aan de grens wonen met andere Europese landen.

Dit klinkt allemaal best deprimerend. Vooral als je bedenkt dat arbeidsmigratie ongeveer 3 procent uitmaakt van de Europese arbeidsmarkt. Dit zijn vooral academici, diplomaten en ambtenaren, vaak toch wel de mensen die voorstander zijn van het Europese project. Voor debatteren maakt dit inzicht het overigens zeer gemakkelijk. Debatteren over een Europese identiteit heeft weinig zin, die bestaat namelijk niet. Maar waarom zouden we dan verder gaan? Waarom? Omdat het werkt. Griekenland was een dictatuur tot 1974, Spanje tot aan 1975, Portugal tot aan 1974. Door deze landen het lidmaatschap van de Europese Unie aan te bieden, zijn deze landen getransformeerd tot democratieën. Hetzelfde gebeurde met Oost-Europese landen. Hadden ze allemaal geen lid van de Unie kunnen worden, dan was het maar afwachten wat er terecht was gekomen van die landen.

Nu het maatschappelijk debat zich richt op het associatieverdrag met Oekraïne, zou het er helemaal niet toe moeten doen, dat ze niet deel uit maken van de Europese cultuur, dat ze corrupt zijn, of dat ze arm zijn. Een gedeelde Europese cultuur bestaat toch niet. Oost-Europese landen zoals Polen, Tsjechië en Hongarije kennen goede economische groei. Het derde heikel punt, corruptie in Oekraïne, is iets wat alle landen kenden. Roemenië is succesvol een strijd aan het voeren met corruptie. Zo worden veel oud politici, ambtenaren en ondernemers vervolgd. Zelfs oud-premier Victor Ponta wordt vervolgd voor corruptie. Hier in Nederland noemen we dat frauderen.

Deze normatieve invloed van de EU is sterk en heeft zichzelf meerdere malen bewezen. De transformatie van Europa zou niet hebben plaatsgevonden als Europese landen niet het lidmaatschap in het vooruitzicht gesteld kregen. De grote problemen die mensen hebben omtrent het associatieverdrag met Oekraïne zijn niet ongegrond, maar deze problemen zijn niet blijvend, mits Oekraïne hulp krijgt, en een stok achter de deur. De afgelopen twee jaar zijn er al ontzettend veel veranderingen doorgevoerd in Oekraïne, ten aanzien van corruptie. Waarom zouden we deze mensen niet helpen?