feb 072016
 

Spraakwaterartikel door Erik Houwing – Afgelopen week schreef Ivo Seinen in de Spraakwater dat de EU aan de vooravond van een nieuwe crisis staat. Naast de vluchtelingencrisis, de strijd tegen het terrorisme en de ideologische oorlog met Rusland, broeit er volgens hem op de achtergrond een nieuwe economische crisis. Schulden in lidstaten blijven hoog, de boekhoudingen van een aantal lidstaten blijven een puinhoop en mochten er opnieuw economische problemen uitbreken, dan ontbreekt het deze keer aan solidariteit en wilskracht onder de economisch beter presterende lidstaten om nog een keer de portemonnee te trekken. Volgens Ivo kent het Europese project drie opties: verregaande integratie, doormodderen, of ontbinding.[1]

Dit is een reactie die veel voorkomt, en tegelijkertijd een beperkte visie op Europese integratie. Volgens velen is het of doorgaan, of stoppen. De keuze tussen stoppen en doorgaan insinueert dat er een bepaalde waarheid zit achter de rationaliteit van deze keuzes, en dat we deze keuzes en hun uitkomsten kunnen voorspellen. Doormodderen, zoals Ivo dat noemt, is natuurlijk niet anders dan integreren. De Europese Unie staat bekent om haar vermogen om ‘goed gebruik te maken van een crisis’. Dit betekent dat als er crisis is, dit vaak leidt tot meer integratie. Voorbeelden hiervan zijn de Kosovo-crisis, wat leidde tot meer militaire en politieke samenwerking; de Eurocrisis, wat de opstap is geworden voor een Europese bankenunie; en de huidige vluchtelingencrisis, wat de opmaat zal worden voor een beter beheerde Europese buitengrens en een transformatie van het Europees asielbeleid.

De vraag is wat er gaat gebeuren als de Europese Unie niet langer in staat is om gebruik te blijven maken van een crisis. Wat als er te veel crises zijn, met als gevolg implosie van het Europese project. Betekent dit een einde aan Europese samenwerking, of blijft Europese samenwerking bestaan, maar onder een andere noemer? Ik verwacht dat het laatste zal plaatsvinden. Een voorbeeld. Mocht het Schengen verdrag bezwijken onder de huidige vluchtelingencrisis, dan zal het niet lang duren of er wordt een nieuw Schengen opgericht. Een Schengen 2.0, waarin de bewegingsvrijheid van burgers wordt gegarandeerd door een aantal lidstaten. Dit is onder andere al voorgesteld door Dijselbloem,[2] en mocht het Schengen verdrag imploderen, dan zal wellicht onder een andere noemer het vrije verkeer van mensen gegarandeerd worden tussen deze lidstaten. Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Denemarken en Zweden vormen dan een eigen Schengen. Geleidelijk aan zal dit dan weer verspreiden naar andere Europese landen, net zoals het proces de afgelopen decennia plaatsvond. Lidstaten zijn te veel gebaat bij de voordelen van de Europese Unie, om alles zomaar te laten imploderen. Er vindt dus geen implosie plaats, maar een transformatie

Deze opvatting over Europese integratie biedt een positiever perspectief op de huidige crisis. Europese integratie beperken tot stoppen of doorgaan is onrealistisch. Waar natiestaten voortkwamen uit het proces van modernisme en met elkaar streden, is de EU het product van postmodernisme. De EU moet daarom ook op een andere manier benaderd worden. Europese politiek moet niet gecentreerd worden rond lidstaten, die met elkaar strijden. Europese politiek gaat over de mate waarin lidstaten willen en kunnen samenwerken en integreren. Europese politiek is niet gecentreerd rond een aantal politieke leiders. Die komen en gaan. Europese politiek is een transformatie proces van Europese lidstaten. Wat gebeurt er als het Schengenverdrag beëindigd wordt? Dan transformeert dit in iets soortgelijks. Hetzelfde gebeurt er als de EU wordt ontbonden. Binnen een jaar worden er nieuwe verdragen gesloten. Is het dus goed of slecht dat de EU implodeert en vervolgens transformeert? Daar mag iedereen zelf over oordelen.

[1] Ivo Seinen, “Europe glijdt af naar een volgende crisis,” Spraakwater. Laatst bewerkt op 31-01-2016. Gevonden op 1-2-2016: http://www.gdskalliope.nl/2016/01/31/europa-glijdt-af-naar-de-volgende-crisis/.

[2] “Dijselbloem houdt rekening met mini-Schengen,” NOS, laatst bewerkt op 27-11-2015. Gevonden op 8-1-2016: http://nos.nl/artikel/2071630-dijsselbloem-houdt-rekening-met-mini-schengen.html.

  2 Responses to “Europese Unie: Integratie, implosie of transformatie?”

  1. Interessant stuk, hoewel ik niet erg bekend met het reilen en zeilen van de Europese Unie en haar verdragen deed het gebruik van crisissen om nieuwe regelgeving door te voeren mij erg denken aan het boek ‘The shockdoctrine’ van Naomi Klein.
    In dit boek wordt betoogd dat er na een shock, bankencrisis, vertrouwenscrisis of zelfs een Schengen crisis, snel nieuw beleid wordt doorgevoerd op het moment dat de bevolking niet goed kan overzien wat de gevolgen zullen zijn.
    Is dit ook niet het gevolg op het moment dat elke keer na een crisis een verandering wordt aangebracht in de EU? Is het niet vrij normaal dat er gaten vallen in een instituut dat zo groot is en leiden deze haastig doorgevoerde veranderingen niet tot nieuwe, grotere en onoverzienbare problemen?

  2. Zeker een interessant stuk. Ik ben het wel met Erik eens dat een implosie van het Europees project, of een langzame desintegratie, zoals nu bij het Verenigd Koninkrijk dreigt, niet onmiddellijk zal leiden tot het stoppen van belangrijke samenwerking tussen lidstaten. Daarvoor zijn de economische belangen simpelweg te groot. Iedereen realiseert wel – misschien enkele populisten daargelaten- dat de economische voordelen van samenwerking te groot zijn om bij een implosie van het Europees project diezelfde samenwerking om politieke redenen te beëindigen. Om die reden zullen lidstaten geneigd zijn om de kern van waarom de EU zo succesvol is, de vrije handel, altijd onderling te blijven vastleggen in verdragen. De exacte organisatievorm doet er dan niet zo toe. Om als Europees land op economisch gebied een vuist te kunnen blijven maken tegen de rest van de steeds verder globaliserende wereld is samenwerking noodzakelijk.
    Maar laten we vooral ook eens stilstaan bij de mogelijke positieve effecten van een implosie of langzame desintegratie van de Europese samenwerking zoals die nu vormgegeven is. De EU en Europese regelgeving is de afgelopen decennia vooral gericht geweest op harmonisatie. Om de interne markt te bevorderen, werd allerlei economische regelgeving van lidstaten gelijk getrokken. Onvrede hierover komt vooral voort uit het gevoel van machteloosheid. De burger heeft niet het idee de regelgeving op welke manier dan ook te kunnen beïnvloeden. Vanuit de manier waarop de Europese instituties zijn ingericht, en met name vanuit de wat zwakke positie van het Europees Parlement, is deze onvrede goed te begrijpen. Een implosie of desintegratie van de huidige samenwerking zal leiden tot beleidsconcurrentie en dat is zo slecht nog niet.
    Vanuit wederzijdse economische belangen zullen lidstaten blijven samenwerken, zij het op een andere manier dan nu. Iedere lidstaat kan echter tot op zekere hoogte ook weer zelf zijn beleid bepalen. Er wordt dan onderling niet alleen samengewerkt, maar ook geconcurreerd op gunstig beleid op bepaalde terreinen. De burgers, maar ook bedrijven en investeerders krijgen dan weer wat te kiezen.