jan 032016
 

Spraakwaterartikel door Erik Houwing – Een nieuw jaar begint, vol nieuwe kansen om te laten zien hoe goed we kunnen debatteren en discussiëren. Dit doen we op toernooien, op maandagavonden en in de kroeg. Naast het debatteren we bespreken ook veel debatten. Wie heeft er gewonnen? Waarom? Vond je het terecht? Wat we echter niet vaak doen is eens reflecteren op hoe we debatteren en discussiëren met elkaar binnen de vereniging, los van de debatavonden. Hoe proberen we elkaar te overtuigen over besluiten die genomen moeten worden op een Algemene Ledenvergaderingen, en hoe gaan we met elkaar om? Dit is jammer, omdat we nooit echt het diepe in gaan, over jaren heen kijken, om uiteenlopende belangen binnen vereniging te kunnen identificeren en begrijpen. Wat kunnen wij leren van bijna 10 jaar GDS Kalliope? En wat kunnen wij, als leden van de GDS, leren over onszelf?

Vlak voor de Kerst organiseerde het Bestuur het Kerstdiner, waarbij we gezamenlijk het jaar afsloten. Hoewel dit diner al jarenlang georganiseerd wordt koos het huidige bestuur er voor om dit diner het Kerstdiner te noemen, en niet het Decemberdiner, zoals jaren gebruikelijk was. Dit leverde reacties op. Had het bestuur er bewust voor gekozen om breuk te creëren met het verleden, door te breken met een traditie, in de poging een eigen stempel te drukken op de vereniging, of was het abusievelijk en neigden sommige reacties na het bemoeizuchtige? Over het ware motief kan men blijven gissen, maar uit persoonlijke ervaring weet ik dat één de bestuursleden het afdeed als iets onschuldigs. Al schouderophalend zei deze persoon dat het niet zo bedoeld was. Echter, bewust van de kritiek heeft het bestuur niets gedaan om in lijn te komen met keuzes gemaakt in het verleden. Hoe kunnen we een gebeurtenis als deze begrijpen?

Dit soort type botsingen tussen het huidige bestuur en tussen voorgaande besturen vinden vaker plaats, vaak rond een Algemene Ledenvergadering en de daar te nemen omstreden beslissingen. Oudere besturen verzette zich, in een poging om de door hunzelf bedachte projecten te beschermen, tegen verandering en vernieuwing. Daardoor zijn top-down initiatieven vaak lastig te implementeren. Hoewel het begrijpelijk is dat men wil dat zijn of haar eigen ideeën en projecten bloeien is de vraag waarom dit verzet zoveel gebeurt. Een uitleg zou kunnen dat als er verandering plaatsvindt, oudere (bestuurs)leden zich verzetten hiertegen omdat ze zich niet meer herkennen in een nieuw gekozen richting of narratief. Dit betekent dat deze leden zich niet meer kunnen identificeren met de vereniging, omdat ze geen eigendom meer hebben over de besluiten. Dit verzet heeft drie gevolgen: veranderingen en vernieuwingen vinden een snelle dood vinden; er vindt veel strijd plaats onder de leden, wat leidt onderlinge breuken: en tot slot vindt er, omdat besturen niet kunnen of durven vernieuwen, isomorfisme plaats. Isomorfisme is een proces waarbij bepaalde organisaties gaan lijken op andere organisaties. Binnen de GDS is dit niet anders. Op zoek naar legitimiteit zorgen dwang, onzekerheid of normatieve verwachtingen ervoor dat besturen gelijkenissen gaan vertonen met voorgaande besturen.

Hoe gaan besturen om met deze botsingen en lastige dilemma’s? Horizontale verbintenissen zijn moeizaam te doorbreken. Samen een jaar een vereniging besturen heeft hetzelfde effect als een ontgroening, bestuursleden hebben veel geïnvesteerd in de verenging om zomaar alles los te laten. Via verticale verbintenissen kan het bestuur proberen steun te vergaren om besluiten door te voeren. Hoe? Door mensen tegen elkaar uit te spelen. Waar het huidige bestuur botst met voorgaande besturen, betekent dat dat deze voorgaande besturen ook onderling botsen. In wisselende verhoudingen kan er dus geprobeerd worden om het ene moment steun te vinden bij de ene groep, om vervolgens de steun te vergaren van een andere. Uiteindelijk betekent dit dat de machtsverhoudingen dermate liggen dat het bestuur toch vaak gedaan krijgt wat ze wil, mits ze het goed uit denkt van te voren.

Ik weet nog goed dat we in mijn bestuursjaar op onze halfjaarlijkse ALV de ‘in mijn jaar-bel’ geïntroduceerd hadden. Zat van het feit dat bijna elke aanwezige constant refereerde aan wat ze zelf gedaan hadden in hun jaar, sloegen we op die bel wanneer iemand begon met ‘in mijn jaar’. Door constant te refereren na hoe men in het verleden zelf had gehandeld, diende het verleden als een bron van legitimatie voor de door hun aangedragen ideeën. Het bestuur zelf iets laten proberen was ongewenst, waardoor beslissingen vaak een soort hybride werden tussen wensen van het bestuur en wensen van de leden. Gepassioneerd als de meeste aanwezigen waren betekende dit dat we zeker 30 keer op die bel hadden geslagen.

Of de vereniging er beter van wordt is maar de vraag. Concluderend denk ik dat er geconstateerd kan worden dat de GDS veel leden heeft die trots zijn op de vereniging, en zeer begaan zijn, maar dat er af en toe meer losgelaten moet worden. Wat ze nodig heeft is dat haar leden een evenwicht vinden tussen het verdedigen van bepaalde belangen en een ‘na mij de zondvloed’-opvatting.